ours-idefisc

Idefisc — Belastingsnieuws

Editoriaal: OESO en “fiscale transparantie”

De OESO is een internationaal organisme met als initieel doel een betere samenwerking tussen de landen te verzekeren met het oog op de economische ontwikkeling. Het is lange tijd vooral een economische raadgever voor de landen geweest, die meestal een aanpak verdedigde die gebaseerd was op de vrije uitwisseling, en soms enkele ideeën die neigden naar de liberalisering van de economie onderstreepte.

Op fiscaal vlak speelde het een rol van expert en heeft het meer bepaald opeenvolgende modellen van verdragen ter voorkoming van de dubbele belasting voorgesteld, die de landen vrij waren aan te nemen zoals ze werden voorgesteld of aangepast in functie van hun eigen behoeften.

Begin de jaren 2000, en in het bijzonder in 2009, speelt het echter een meer politieke rol. De OESO heeft zo een “wereldforum over de transparantie en de uitwisseling van gegevens in het kader van fiscale doeleinden” gecreëerd. Dit leidt tot een verwarring, die opzettelijk in stand wordt gehouden, met betrekking tot het begrip transparantie. Dit is goed wanneer het een transparantie van de publieke machten inhoudt jegens de bevolking waarvan ze de geconfiskeerde middelen gebruikt via de belastingen. Het is echter een manier om de macht van de landen nog meer uit te breiden en het betekent een gevaar voor het privé-leven wanneer het de bedoeling is om de transparantie van het vermogen van individuen tegenover het land te verzekeren. Wat de OESO echter zoekt, is enkel en alleen die laatste “transparantie”, welke een vorm van inquisitie is.

Naar het voorbeeld van de FATF, bevoegd inzake witwassen van kapitaal, is het forum over de transparantie, zonder parlementaire vergadering en enkel samengesteld uit experts die benoemd zijn door de uitvoerende macht van het land, van alle democratische legitimiteit ontdaan. Maar, nog steeds naar het voorbeeld van de FATF, stelt het teksten op, onder de vorm van “aanbevelingen”, voor de FATF, en onder de vorm van “normen” voor de OESO, die in werkelijkheid aan de Parlementen van de nationale staten worden opgelegd.

Het is op die manier dat we eind juli weet hebben gekregen van een “standaard” norm voor de automatische gegevensuitwisseling. Deze norm, sterk geïnspireerd door de de Amerikaanse vereisten in de FATCA-akkoorden, verplicht de banken in alle lidstaten van de OESO, met een bedoeling om zich over de hele wereld uit te breiden, om in de praktijk een belangrijke hoeveelheid jaarlijkse informatie over hun klanten aan de regering van hun land van woonplaats over te maken.

Deze gegevens gaan veel verder dan hetgeen momenteel voorzien is door de spaarrichtlijn, met andere woorden het bedrag van interesten. Ook het bedrag van de dividenden, de meerwaarden en zelfs het saldo van de rekeningen op het einde van het boekjaar zullen moeten bekend gemaakt worden, dit op risico dat gegevens worden overgemaakt aan landen, zoals België die noch het fortuin, nog de meerwaarden belast, waarvan de administratie deze informatie niet nodig heeft om de belastingen te heffen, maar die zeker onrechtstreeks zal gebruikt worden in het kader van een “kadaster van fortuinen”.

Een eigenaardige toekomst voor een organisatie die van een expert ter verdediging van de economische vrijheden, is veranderd in een initiatiefnemer van een wereldwijde big brother.

Auteur : Thierry Afschrift

Editorial : OCDE et « transparence fiscale »

L’OCDE est un organisme international dont l’objectif initial était d’assurer une meilleure coopération des Etats en vue du développement économique. Il a longtemps été avant tout un conseiller économique des Etats, qui défendait le plus souvent une approche fondée sur le libre échange, et prônait parfois quelques idées tendant à la libéralisation de l’économie.

En matière fiscale, il jouait un rôle d’expert, et a notamment proposé des modèles successifs de conventions préventives de la double imposition, que les Etats étaient libres d’adopter tels quels ou d’adapter en fonction de leurs impératifs propres.

Depuis le début des années 2000, et singulièrement depuis 2009, il joue toutefois un rôle beaucoup plus politique. L’OCDE a ainsi créé un « forum mondial sur la transparence et l’échange de renseignements à des fins fiscales ». Il recourt ainsi à une confusion, volontairement entretenue, à propos de la notion de transparence. Celle-ci est une vertu lorsqu’elle implique une transparence des pouvoirs publics envers la population, dont elle utilise les ressources confisquées par la voie de l’impôt. Elle est au contraire une manière d’étendre encore le pouvoir des Etats et un danger pour la vie privée lorsqu’il s’agit d’assurer la transparence de patrimoine des individus envers l’Etat. Or, ce que recherche l’OCDE, c’est exclusivement cette dernière « transparence », qui est une forme d’inquisition.

A l’image du GAFI, compétent en matière de blanchiment de capitaux, le forum sur la transparence, sans assemblée parlementaire, et constitué exclusivement d’experts nommés par le pouvoir exécutif des Etats, est dénué de toute légitimité démocratique. Mais, toujours à l’image du GAFI, il élabore des textes, qui, sous forme de « recommandations » pour le GAFI ou de « norme » pour l’OCDE, s’imposent en réalité aux Parlements des Etats nationaux.

C’est ainsi que l’on a pu prendre connaissance, fin juillet, d’une norme « standard » pour l’échange automatique d’informations. Fort inspirée des exigences américaines dans les accords FATCA, cette norme oblige en pratique les banques de tous les pays membres de l’OCDE, avec une vocation à s’étendre au monde entier, à fournir une masse importante d’informations annuelles sur leurs clients au gouvernement de leur pays de résidence.

Ces renseignements vont très au-delà de ce qui est prévu actuellement par la directive épargne, c’est-à-dire le montant des intérêts. C’est aussi le montant des dividendes, des plus-values, et même le solde des comptes en fin d’exercice qui devra être révélé, au risque de fournir, à des pays comme la Belgique, qui ne taxent ni la fortune, ni la plus-value, des informations dont les administrations n’ont aucun besoin pour établir l’impôt, mais qui seront bien sûr utilisées indirectement, dans le cadre d’un « cadastre des fortunes ».

Etrange destin d’une Organisation qui, d’expert défendant les libertés économiques, est devenue l’instigatrice d’un big brother mondial.

Auteur : Thierry Afschrift
ours-idefisc
Idefisc — Actualités Fiscales
©2003-2019 Idefisc & Words and Wires W3validator