ours-idefisc

Idefisc — Belastingsnieuws

Valt de gemeenrechtelijke vennootschap onder het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen ?

De gemeenrechtelijke vennootschap (burgerlijke vennootschap) viel de laatste maanden reeds onder de nieuwe verplichting tot inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen en hierdoor, binnenkort verplicht, onder de aangifte van haar economische begunstigden in het centraal UBO-register.

Het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen werd onlangs van kracht; het vormt een fundamentele herziening van het juridisch regime van alle vennootschapsvormen.

Onder deze de gemeenrechtelijke vennootschap, voortaan genoemd “de maatschap”, in België gebruikt door vele families om vermogens- of successieplanning te regelen, dit alles aan de pater familias de mogelijkheid biedend om een zekere controle of het overdragen vermogen te behouden.

Statuut van het vermogen van de maatschap: optionele rechtspersoonlijkheid

De juridische status van het gemeenschappelijk vermogen bedoeld voor de werking van de vennootschap blijft een contract waarmee bepaalde goederen in onverdeeldheid worden gebracht en voortaan op onverdeelde wijze toebehoren aan verschillende vennoten, zonder toe te behoren aan een entiteit met een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid.

Voortaan zal de maatschap echter de rechtspersoonlijkheid kunnen verkrijgen als het dit wenst; dit is echter niet verplicht. In dat geval zal het een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap worden, naar keuze van de vennoten.

De verhalen van schuldeisers worden hierdoor niet gewijzigd: de persoonlijke schuldeisers van de maatschap hebben een verhaal op het onverdeeld maatschappelijk vermogen alsook op het eigen vermogen van de vennoten, terwijl de persoonlijke schuldeisers van een vennoot enkel beslag kunnen leggen op zijn vermogen, waarvan een deel van het onverdeeld vermogen deel uit maakt, beperkt tot de deelneming van deze vennoot in de maatschap, en tot de winsten die hem werden uitgekeerd.

De uitgevoerde inbrengen in de maatschap en de fiscale gevolgen

Voorheen, aangezien de maatschap noch rechtspersoonlijkheid, noch een apart vermogen had van dat van haar vennoten, was een persoon die een goed in een maatschap inbracht niet lager de enige eigenaar van dat goed, maar bleef er één van de onverdeelde eigenaars van, zonder dat er een overdracht van eigendom was.

Door het begrip van afzonderlijk vermogen van de maatschap voortaan tot regel te verheffen, verduidelijkt artikel 4:13 van het nieuwe Wetboek bepaalde fiscale gevolgen.

Zo brengt de inbreng in een maatschap, ook wanneer het aandeel van de vennoten in de ingebrachte goederen niet gewijzigd is, enerzijds de realisatie van ingebrachte goederen in hoofde van de inbrenger met zich mee en anderzijds ook de bepaling van een aankoopwaarde, op boekhoudkundig vlak, in hoofde van de begunstigde van de inbreng.

Dit leidt tot een verduidelijking van de gevolgen van dergelijke inbreng (die controversieel waren, op z’n minst voor de inbreng van onroerende goederen) op fiscaal vlak.

Reeds in 2017 was de DVB van mening dat de registratierechten verschuldigd waren, ten belope van het inbrengrecht, van 0% (roerende inbrengen en inbrengen van handelsgebouwen), 10% (inbrengen van woongebouwen, Vlaams Gewest) of 12,5% (inbrengen van woongebouwen, Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waals Gewest).

Dit standpunt van de administratie lijkt ondersteund te worden door de nieuwe opstelling van de tekst.

Derhalve zal ook rekening moeten gehouden worden met de meerwaarde die zou kunnen gerealiseerd worden bij de overdracht in hoofde van de inbrenger (bepaalde onroerende meerwaarden zijn belastbaar en vallen zelfs onder de personenbelasting), en we zullen dus nog meer voorzichtigheid aan de dag leggen dan in het verleden teneinde minder voordelige fiscale gevolgen te vermijden.

Daarentegen als het onroerend goed daarna opnieuw wordt overgenomen door één van de vennoten die de onverdeelde delen van deze medevennoten overkoopt, is het daarmee overeenstemmende verkooprecht niet meer verschuldigd en kan enkel het recht van verdeling kunnen toegepast worden.

Fiscale transparantie van de maatschap inzake directe belastingen

De maatschap zal fiscaalgezien transparant blijven: elke vennoot is onderworpen aan de belasting die hem eigen is om zijn deel van de inkomsten van de maatschap, zonder wijziging van de aard van deze inkomsten, noch van de datum van hun toekenning – met andere woorden exact alsof de maatschap niet zou bestaan. Op dat vlak is dus niks veranderd.

De drie veranderingen aan het juridisch regime van de maatschap die tijdens het laatste jaar werden gerealiseerd, rechtvaardigen zonder twijfel het herbekijken van de bestaande maatschappen, teneinde na te gaan of zij weldegelijk conform zijn met deze diverse wijzigingen.

Auteur : Severine Segier

ours-idefisc
Idefisc — Actualités Fiscales
©2003-2019 Idefisc & Words and Wires W3validator