ours-idefisc

Idefisc — Belastingsnieuws

Recht op rechtszekerheid : het HJEG veroordeelt de retroactiviteit opnieuw

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft onlangs bevestigd dat het recht van de Europese Unie zich verzet tegen de retroactieve toepassing van een afwijkende bepaling, wanneer de afwijkende handeling niets zegt over haar inwerkingtreding of de startdatum van haar toepassing, en dit zelfs wanneer die Lidstaat de wens heeft uitgedrukt dat die derogatie met retroactief effect toegepast wordt.

De vraag voor een prejudiciële beslissing betrof de interpretatie van een beslissing van tenuitvoerlegging van de Raad van 10 december 2015 die Hongarije toeliet om een afwijkende maatregel op artikel 193 van de BTW-richtlijn toe te passen, in dit geval een systeem van autoliquidatie.

Het mechanisme van autoliquidatie van BTW bestaat uit het omkeren van de BTW-schuldige. In principe wordt de BTW gefactureerd door de dienstverlener of de verkoper die de int en doorstort naar de Schatkist. De autoliquidatie van BTW betekent, voor de verkoper of de dienstverlener, die factureert zonder belasting, dat de klant belast is met het betalen van de BTW aan de belastingen.

De vennootschap die haar maatschappelijke zetel in Hongarije heeft, had als activiteit het ter beschikking stellen van interim personeel en elke andere vorm van ter beschikking stellen van human resources. Met het oog op het leveren van deze diensten aan haar klanten heeft de vennootschap in 2015, middels dienstverleningscontracten, een beroep gedaan op andere handelsvennootschappen die hun werknemers ter beschikking stelden van klanten van de Hongaarse vennootschap. De vennootschap heeft de facturen die zij van deze vennootschappen kreeg en die volgens de regel van de gewone belasting waren opgesteld, aanvaard

De belastingadministratie van Hongarije was van mening dat het systeem van autoliquidatie in realiteit van toepassing was op de verrichtingen sinds 1 januari 2015 krachtens het Hongaars nationale recht. Echter, de beslissing van de Raad, die in afwijking van artikel 193 van de BTW-richtlijn aan de Hongaarse regering had toegelaten om de belasting door autoliquidatie op te leggen, dateerde van 10 december 2015.

Het Hof van Justitie zal dit retroactief effect van de Hongaarse nationale wet censureren.

Ze zal inderdaad de vennootschap in het gelijk stellen die, bij gebrek aan uitdrukkelijke bepalingen betreffende haar retroactieve toepassing, aanvoerde dat de beslissing tot tenuitvoerlegging van de Raad van 10 december 2015 niet kon toegepast worden door de Hongaarse regering voor de bekendmaking van deze beslissing aan Hongarije, wat gebeurd is op 11 december 2015.

Deze beslissing vermeldde inderdaad nergens de datum van haar inwerkingtreding of de datum vanaf dewelke de afwijking die zij voorziet van toepassing werd. Ze vermeldde ook de periode niet tijdens dewelke haar gevolgen zich uitstrekken, zich beperkend tot het voorzien van haar vervaldatum die vastgesteld werd op 31 december 2017.

De redenering van het Hof is interessant want ze herhaalt vele belangrijke principes in fiscale zaken.

Eerst en vooral de restrictieve interpretatie van afwijkende principes: het Hof zegt dat het artikel dat de Lidstaten toelaat op een beroep te doen op het mechanisme van autoliquidatie krachtens welke de BTW-schuldige de ontvangende belastingplichtige is van de verrichting die onderworpen is aan de BTW, een uitzondering op het principe inhoudt dat in artikel 193 van die richtlijn is opgenomen en bijgevolg het onderwerp moet zijn van een strikte interpretatie.

En dan het recht op rechtszekerheid: het Hof herhaalt dat het beginsel van rechtszekerheid dat deel uit maakt van de algemene beginselen van het recht van de Unie, meer bepaald, eist dat de rechtsregels duidelijk, precies en voorzienbaar zijn in hun gevolgen.

Het Hof zegt dat, met het oog op het respecteren van de beginselen van rechtszekerheid en de bescherming van het gerechtvaardigd vertrouwen, de basisregels van het recht van de Unie in principe moeten geïnterpreteerd worden alsof ze enkel gericht zijn op verworven rechten na hun inwerkingtreding. Zo verzet het beginsel van de rechtszekerheid zich er de regel tegen dat de draagwijdte in de tijd van een handeling van de Unie haar startpunt vastgelegd ziet voor haar publicatie of haar bekendmaking. Bijgevolg, bij gebrek aan elke indicatie, in de beslissing tot tenuitvoerlegging, met betrekking tot haar retroactieve toepassing, sluit het Hof elk retroactief effect aan de beslissing van 10 december 2015 uit.

Dit arrest is belangrijk want het is een bekrachtiging van belangrijke beginselen van fiscaal recht die de rechten van de belastingplichtige beschermen, in het bijzonder, de strikte interpretatie van afwijkende bepalingen en het recht op rechtszekerheid.

Auteur : Pascale Hautfenne

ours-idefisc
Idefisc — Actualités Fiscales
©2003-2019 Idefisc & Words and Wires W3validator